Dag/journe 5   19-02-03     

Om zeven uur 's morgens worden we opgebeld door de wekdienst van het hotel. Met kleine oogjes verschijnt amper de helft van ons aan het ontbijt. Om negen uur staat nu een conferentie op het programma, terwijl we oorspronkelijk van plan waren om scholen te gaan bezoeken om acht uur. Aangezien zowat alle vertalers in onze groep nog in dromenland zijn, beginnen onze plannen wat in het honderd te lopen. Uiteindelijk beslissen we om - met vertraging - toch naar de scholen te trekken. De blije kindergezichtjes doen alle zorgen vergeten. We overhandigen potloden, kindertekeningen en schriften, en krijgen een aantal tekeningen mee terug. Dolenthousiast poseren de kinderen op de speelplaats, terwijl ze het vredesteken maken en slogans scanderen tegen Bush en voor Saddam Hoessein.

Achteraf nodigt de taxichauffeur ons uit bij hem thuis voor een kopje thee. Daar vragen we honderuit over het leven in Irak. Abou Yasser, onze chauffeur, verloor zijn been in de oorlog Iran-Irak, en heeft vier kinderen. Voor het embargo was n kostwinner genoeg om rond te komen, nu moeten ze met een viertal per gezin gaan werken om behoorlijk te kunnen leven. Over hun leider willen geen kwaad woord horen. "Hij heeft ons nog nooit kwaad gedaan, en hij is de enige die iets doet voor de Palestijnen.", zegt hij. De oorlog draait om olie, dat weten ze hier ook heel goed.

's Middags worden we in het hotel genterviewd door de Irakese televisie. Vertegenwoordigers van de verschillende groeperingen komen aan het woord. Anis, n van onze Belgen van Arabische origine, vertaalt. Hij vraagt me van welke groepering ik deel uitmaak. Ik antwoord "AEL". Hij reageert wat verwonderd, en vraagt het nog eens opnieuw. Als ik mijn antwoord bevestig, steekt hij een duim de hoogte in. Later blijkt dat hij zelf n van de initiatiefnemers is van AEL Brussel, en een goede vriend van Dyab Abou Jahjah. Ik vertel de journaliste over AEL, en hij vertaalt. Het is een verademing om eens over AEL te kunnen spreken zonder onmiddellijk het etiket van extremiste of anti-westerse opgeplakt te krijgen.

Helaas verliezen we door dit interview wat tijd, zodat we amper een halfuurtje voor de loop onze magen kunnen vullen. Hopelijk haal ik de eindmeet: sinds mijn vertrek thuis amper 7 uurtjes geslapen, net gegeten en helemaal niet getraind. Met enige vertraging gaat de loop van start. Het tempo ligt iets te hoog voor mij, maar ik hou vol. Halverwege krijg ik last van steken in mijn zij. Even denk ik erover om zoals sommigen op een voorbijrijdende bus te springen, maar ik herpak me, en er kan zelfs een eindsprint vanaf. Ik ben de derde niet-Irakese vrouw die aankomt, en ben hiermee dik tevreden. Een Irakees die wat Duits spreekt, denkt daar anders over. Hij zegt: "Sie sind die schlechtste Lafering". Blijkbaar zijn toch niet alle Irakezen even hoffelijk.

Na een verkwikkende douche trekken we naar een sportclub, waar enkele vriendschappelijke Belgisch-Irakese boksoefeningen op het programma staan. Achteraf overhandigen we hen wat sportkledij. In al zijn enthousiasme geeft iemand zelfs de Firegym-sweater weg van n van ons, zodat die kerel op de bus wanhopig naar zijn trui loopt te zoeken. We zien nog maar eens een staaltje van de Arabische gastvrijheid als de coach ons uitnodigt om de volgende avond terug te komen voor een feestje met theater.

's Avonds word ik opgebeld door Rachida, een Algerijnse die vorig jaar ook al met ons in Irak was, en er nu al verblijft sinds oktober. Ze was eigenlijk op zoek naar Hamid, maar kreeg blijkbaar een verkeerd kamernummer door. Ik ontmoet Rachida en haar vriend in de bar. Ze zijn in het gezelfschap van een Irakese journalist, die me graag wil interviewen. Als ik hen vertel dat ik Arabische volbloedpaarden fok, zijn ze dolenthousiast, en het wordt dan ook een heel uitgebreid interview. We spreken af om de volgende dag langs te gaan bij een Palestijnse familie, en ik krijg het adres van een Palestijnse wijk, waar ik 's anderendaags graag een school wil bezoeken. Rond middernacht nemen we afscheid.

Carline

           Inhoud-Contenue