Dieter: Rapport Final - Eindverslag

Bravo! , en ik herhaal het wel vijf  keer, terwijl ik hen één voor één omarm. Ze zijn er voor gegaan deze jongeren, alle 47. “We zijn tegen deze oorlog ook al zou blijken dat de bevolking niet achter Saddam Houssein staat”. Dat was het uitgangspunt van onze reis en de inzet van de individuele motivatie die we aan elke deelnemer vroegen en die ons verenigde.

Ik herinner me nog Ikram die, na een dag Irak, zei dat ze nog “niets” heeft gezien. Ze bedoelde hiermee dat ze het hart van de bevolking nog niet had horen kloppen. «Â We moeten met honderden mensen kunnen spreken, anders ga ik niet op die vragen van de journalisten kunnen antwoorden bij onze terugkeer ». En zo geschiedde. In groepjes trokken ze de wijken in. We wilden ons verbinden met de gewone Irakees en dat hebben we ook gedaan. Majid vertrok naar de armste wijken gewapend met een voetbal, die bovendien nog lucht verloor, en animeerde er een hele wijk kinderen die zich blootsvoets, aan het spel overgaven. Hiervoor bekwam hij van een oudere man een handgeschreven diploma van «internationaal sportmonitor ».  «Dit hang ik boven mijn bed »; zegt hij fier.  Neen, we hebben recht van spreken.

De verschrikking nadert, met de dag, maar zeker, daar is elke Irakees het over eens. Met een beker water scheppen uit de historische rivieren, de Tigres en de Eufraat, om de dorst te lessen, dood en vernieling, ….staat hen te wachten.  «We weten dat  deze oorlog gaat starten, telkens wachten op de nieuwe afloop van de UNO- discussies, telkens de stress,  we hebben weer enkele weken uitstel gekregen, ja ik heb schrik », zegt Ali. «Ik heb het als 18 jarige al meegemaakt in 1991», zijn buren werden door een inslaande raket uit zijn leven gerukt. En de schuilkelder El Almeria, die wil hij niet meer binnen. De geur van de lijken zit, na bijna 13 jaar, nog in zijn hersenen. Daags na de raketaanval was hij immers ter plaatse en zag hij de uiteengerukte lichaamsonderdelen van vrouwen en kinderen buiten dragen. En toch durven er vandaag nog beweren dat er waarschijnlijk soldaten verborgen zaten.

Meer dan duizend tekeningen haalden we op in de Irakese scholen. Nooit vergeet ik de gezichtjes van de Irakese kindjes, die recht sprongen als we de klas binnenkwamen. Vol van vreugde en hoop, maar  niet bessefent wat hen te wachten zal staan. Want het is onwezenlijk. We zijn “nu” in het land waar binnen afzienbare tijd voor 100 miljard dollar bommen gedropt zal worden. Maar in de tientallen scholen die we bezochten  verzekerden ze ons dat de lessen ook doorgaan tijdens de oorlog. Dus “wij zullen ook doorgaan met onze acties besluit ik”. “Wij komen terug”.

Ja, misschien zijn wij «teveel» mens. Want we nemen de emoties van de mensen in ons op, terwijl sommigen, blijven mekkeren over de «dictator Saddam Houssain ». Joke zal nooit de zachte, maar zwakke handdruk vergeten van het aan leukemie stervend kindje in het hospitaal, terwijl ze de kleine een knuffel toestopte. Geen pijnstillers dankzij het embargo. Men is toch tegen een dictator omdat hij de belangen van de bevolking op een brutale manier aan zijn laars lapt. Maar vreemd wordt het als  deze  discussie over “Saddam Housain” je blindt maakt voor het menselijk leed dat deze oorlog gaat teweegbrengen. Waar is die bekommernis voor de mensen plotseling gebleven?

Wat krijg je als je een journalist naar Irak laat vertrekken die bij aankomst reeds stelt  dat  Saddam Houssain een gruwelijk dictator is en zo  snel mogelijk dient te verdwijnen,…. wel dan krijg je een totaal ander reisverslag. Wij zijn blijkbaar in een ander land op bezoek geweest!

Maar we hebben ons niet laten doen. We hebben uren met hen gediscussieerd opdat men onze “kijk” weergeeft, en het ging er soms heftig aan toe. Maar het was een geven en nemen en we hebben ook de aandacht bekomen die deze solidariteitsactie verdiende en die ons zal helpen om verder te gaan.

We hebben met honderden mensen gepraat maar niet «Â één »Â  is niet achter de regering en president Saddam Houssain gaan staan. Allen bewonderen ze hem voor zijn standvastigheid tegen de Amerikaanse agressie. Allen, en ik heb er dan ook geen enkele probleem mee als een  hele school roept: «Â Met ziel en bloed verdedig ik Sadam Houssain ». Wat wil je anders dat ze roepen verdorie, hij is de verpersoonlijking van de verdediging van hun land tegen de barbarij van het westen die in 1991 hun land heeft getroffen . Als we het over één ding eens mogen zijn dan is het toch wel dat “de bevolking het recht heeft om zelf te beslissen”.

“Het regime is dermate brutaal dat het voor de mensen onmogelijk is om dit juk van hen af te werpen, we moeten hen helpen”. “Zoals we in Congo de rebellenleider Mulele  ondersteunt…, sorry vermoord hebben, en dictator Mobutu aan de macht hebben gebracht en gehouden”, antwoord ik. En bovendien, geef ik tal van voorbeelden om aan te tonen dat de bevolking geen schrik heeft van het regime. Maar ja soms is het een dove- mansgesprek. Zet die kapotte bril af, wordt terug een beetje mens, en geef gewoon weer wat de mensen zeggen in plaats van ons te verwijten dat we niets gezien hebben en gemanipuleerd zijn. We zijn hospitalen binnengevallen, onaangekondigd, en de lijdende kinderen, aan misvormingen en leukemie, werden er niet «speciaal» voor ons neergelegd. We zijn gegaan waar we wilden, en alleen. We hebben met z’n 47 met honderden mensen gesproken. Neen wij werden niet geschaduwd, we waren dan ook onvoorwaardelijk tegen de oorlog. 

De Irakese regering is zonder twijfel bezig met zijn bevolking. Er zijn nieuwe bussen, brandweerwagens ziekenwagens aangekocht, merken we. De school en universiteit is gratis. De regering tracht de kinderen, die de school verlaten hebben vanwege de benarde financiële situatie thuis, aan te trekken met kleine beloningen, zoals kleren en  schrijfmateriaal.  De toegang tot de sportclubs is gratis. Maar we voelen ook aan dat er binnen het apparaat een groep is die afgesneden is van de bevolking, terwijl wij er ons juist mee wilden verbinden. Maar dat kan je bezwaarlijk als kritiek weerhouden, want welke politieker in België is er met zijn hele lijf verbonden met het gewone volk?

Het is al bijna één uur als Abderrahim samen met drie andere reizigers de lobby binnenstappen. Ze zijn juist  terug uit Basra, zo een 600 km van Bagdad. Niettegenstaande het een zware dag was, zien ze er niet vermoeid uit maar aangeslagen. Elke maand sterven 35 mensen onder de bombardementen. Ja, beste ministers de oorlog is al begonnen, hij is sinds 1991 nooit gestopt. Bespaar ons a.u.b.  jullie hypocriete vredesretoriek.

Wij kunnen dit niet achter ons laten, denk ik, we komen terug, we moeten terug, we kunnen onze kampanje niet stoppen. Neen voor ons geen zwart gat  bij terugkeer. We geven er gewoon een lap op, we zien wel waar we geraken. De herinnering aan de hoogbejaarde vrouw, die me stevig omarmde, me niet meer wilde loslaten, wenend van blijdschap omdat we haar kwamen bezoeken in een geďmproviseerd huisje in een volkswijk van Bagdad. Met behulp van de Security- megafoon beraadslaagden we in het vliegtuig over: “Wat te doen als we terug zijn”.

We gaan terug in april tijdens de paasvakantie en we organiseren in Irak een “kinder - vredesloop”. We blijven tekeningen ophalen, we gaan spreken waar men het ons vraagt, we hebben een prachtige zwart-wit foto en tekeningen, tentoonstelling, een video, T-shirts.

We zouden graag aan alle leraars/ouders/ jongeren vragen om in Mei een vredesloop te organiseren in de lagere scholen, onder het motto: “Kinderen lopen voor kinderen, Geen geld voor oorlog in Irak of elders, meer geld voor het onderwijs en het welzijn van het kind”. Zie het Tien- punten platform op de website - Voir Les 10 Points

Doorgaan, doorgaan, doorgaan,….

Dieter Truyen , 28-02-03

           Inhoud-Contenue